Op zondagmiddag 22 maart gaan we het Stabat Mater van Dvořák uitvoeren in de Ontmoetingskerk aan de Varviksingel in Enschede. De uitvoering begint om 15:30 uur. We sluiten af met een drankje vanaf ongeveer 16:30 uur.
Antonin Dvořak (1841-1904)
Dvořák begon aan het Stabat Mater kort nadat zijn dochter Josefa stierf. Ze was nog maar twee dagen oud. In de muziek smelten rouw en troost samen. Dvorak was een diep gelovig man, en hij zocht hulp bij zijn religie om Josefa’s dood te verwerken. Mahler zei dat hij zijn Kindertotenlieder nooit had kunnen schrijven, na het overlijden van zijn dochter. Het verdriet was gewoonweg te overweldigend voor hem, om één noot daarover op papier te krijgen. Dvořák daarentegen zocht juist in de muziek de kern van zijn emoties en geloof op.
Hij voltooide zijn Stabat Mater halfweg 1876, rond de geboorte van zijn tweede dochter Ruzena. Alleen de orkestratie moest nog gebeuren. Pas in de herfst van het volgende jaar pakte Dvořák het werk weer uit de bureaula. En opnieuw lag daaraan een tragedie ten grondslag: de dood van Ruzena, die per ongeluk een giftige vloeistof dronk. Een paar weken later verloor hij ook nog zijn driejarige zoon Ottokar, aan de pokken. In de twee daaropvolgende maanden begroef de treurende componist zich in het afmaken van zijn Stabat Mater.

Ergens in de noten verschuilt zich dat onmetelijke verdriet van de componist. Het is bijna tastbaar, ook voor ie de voorgeschiedenis niet kent. Toch wordt het nergens larmoyant. Dvořák gunt ons een blik in een rouw, die niet alleen van hem is, maar van alle mensen en alle tijden. Zijn persoonlijke smart krijgt een universeel karakter. Het symfonische werk golft tussen hoop en wanhoop, verdriet en – in het slotdeel – het geloof in een betere wereld aan gene zijde. Waarmee Dvořák toch met een troostende noot eindigt.
